Fusies en overnames, deel 6

Publicatiedatum: 16/02/2022
Tags: Reorganisatie - Financieel

Een belangrijk onderdeel voor de beoordeling van een fusie of overname zijn de financiën. Het is van groot belang om te weten of beide partijen financieel hun zaken op orde hebben. Als de overnemende of over te nemen partij financieel een probleem heeft, kan dat heel goed een probleem worden voor beide partijen.

Krijg je als OR te maken met een overname of fusie dan zijn er veel aandachtspunten. Dit artikel gaat met name over de financiele zaken.

  • Eerste indicatoren
  • Afspraken en het artikel 24 overleg
  • Fasen in het besluitvormingsproces
  • Juridische aandachtspunten
  • Strategische aspecten van de overname
  • Interne organisatie en integratie
  • Financiële zaken
  • Sociaal beleid
  • Werkgelegenheid
  • Arbeidsvoorwaarden
  • Medezeggenschap

Een belangrijk onderdeel voor de beoordeling van een fusie of overname zijn de financiën. Het is van groot belang om te weten of beide partijen financieel hun zaken op orde hebben. Als de overnemende of over te nemen partij financieel een probleem heeft, kan dat heel goed een probleem worden voor beide partijen.

Er zijn veel situaties denkbaar. Verschillende typen rechtspersonen, het aantal organisaties dat betrokken is, een nationale of internationale component. Toch is de basis in de meeste gevallen hetzelfde: beide partijen moeten hun zaken op orde hebben en weten welk risico ze eventueel lopen.

Waar moet de OR op letten bij een overname qua financiën?

De cijfers van de organisaties zelf

Een basisbeoordeling of de financiën er goed voor staat focust met name op een aantal zaken: wordt er de laatste jaren winst gemaakt, is het eigen vermogen voldoende en is er voldoende werkkapitaal om voorraden en debiteuren te financieren. Er zijn nog meer indicatoren, maar dit zijn wel de belangrijkste. Hieronder werken we deze drie verder uit.

  1. Winst is, ook voor non-profit organisaties, van belang voor de continuïteit. Als er de laatste jaren verlies wordt gemaakt, betekent het dat vroeg of laat de financiële grenzen bereikt worden. Kijk een aantal jaren terug om de trend in de cijfers mee te nemen in de beoordeling.
  2. Het eigen vermogen is daarbij de buffer, want een verlies wordt afgeboekt op dat eigen vermogen. De veilige hoogte daarvan is afhankelijk van het type organisatie. Het kengetal dat daar bij hoort is solvabiliteit, dat wordt uitgedrukt als een verhouding, van eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal. Er is verschil in de veilige hoogte van de solvabiliteit: zo zullen organisaties die volledig afhankelijk zijn van subsidie en daardoor minder risico lopen, een lagere solvabiliteit kunnen aanhouden. Handelsbedrijven met weinig voorraden hebben meestal een lagere solvabiliteit dan kapitaalintensieve bedrijven, zoals bijvoorbeeld productiebedrijven met een eigen terrein, machines en grondstoffen. Ook de hoeveelheid liquide middelen heeft invloed. De solvabiliteit ligt voor een gezonde onderneming ergens tussen de 25-40%.
  3. Werkkapitaal is het geld dat een bedrijf nodig heeft om aan zijn dagelijkse financiële verplichtingen te voldoen. In termen van de balansposten: het verschil tussen de vlottende activa (voorraden, debiteuren en liquide middelen) en de vlottende passiva (zoals crediteuren en andere kortlopende schulden). De vuistregel is dat dit verschil groter moet zijn dan nul, want dan kunnen de crediteuren betaald worden.

De cijfers ná overname

Hier gaat het er vooral om of er externe financiering nodig is om de overname te financieren. Hierbij is het van belang op te vragen hoe de openingsbalans eruit zal zien ná overname. Als er namelijk een externe financiering nodig is voor de overname, gaat het erom dat dit financieringsbedrag niet op onredelijke wijze komt te rusten op de overgenomen partij. Als het bedrag op de balans van de over te nemen partij wordt gezet, dan moeten er normale balansverhouding blijven bestaan. Dus de solvabiliteit moet ongeveer gelijk blijven en natuurlijk voldoen aan de normen van de branche.

Soms zie je in internationale concerns dat het eigen vermogen van de over te nemen partij heel laag is of zelfs negatief. Dit blijft ook in concernverband niet wenselijk, want zonder bereidheid tot het ophogen van het eigen vermogen zal een nieuwe eigenaar eerder hogere rendementseisen willen stellen. Het gevolg is een grotere kans op reorganisaties. Als de over te nemen partij wel bereid is tot aanzuivering tot een normaal eigen vermogen, is dat een teken van vertrouwen in (de verdiencapaciteit van) de organisatie.

Wilt u meer weten over begeleiding en contra-expertise omdat u een overname/fusie aan ziet komen wellicht? Dan kunt u bij een van onze adviseurs terecht.

 

Interessant bericht? Deel dit bericht op Social Media of via e-mail.

Meer berichten